Agrimonie
ondersteunt de spijsvertering
Agrimonie (Agrimonia eupatoria) is een klassiek kruid dat vooral bekendstaat om zijn effect op de darm. De werking is relatief goed te verklaren vanuit de samenstelling. Het kruid bevat een hoog gehalte aan tannines, aangevuld met flavonoïden en een kleine hoeveelheid bitterstoffen. Die combinatie bepaalt vrijwel volledig wat het in het lichaam doet.












Agrimonie
Agrimonie (Agrimonia eupatoria) is een klassiek kruid dat vooral bekend staat om zijn effect op de darm. De werking is relatief goed te verklaren vanuit de samenstelling. Het kruid bevat een hoog gehalte aan tannines, aangevuld met flavonoïden en een kleine hoeveelheid bitterstoffen. Die combinatie bepaalt vrijwel volledig wat het in het lichaam doet.
Bestanddelen
De tannines zijn hier de belangrijkste component. Dit zijn samentrekkende stoffen die zich binden aan eiwitten in de slijmvliezen van de darm. Daardoor wordt de darmwand als het ware iets “strakker”, wat leidt tot minder vochtverlies en een stevigere mest. Tegelijk hebben tannines een licht remmend effect op ontstekingsprocessen. Dat maakt agrimonie vooral relevant bij situaties waarin de darm geïrriteerd is of te veel vocht doorlaat.
Naast tannines bevat agrimonie flavonoïden, zoals quercetine-achtige stoffen. Die dragen bij aan een milde ontstekingsremming en antioxidatieve bescherming, maar hun effect is secundair ten opzichte van de tannines. De bitterstoffen in het kruid spelen ook een rol, al is die beperkt. Ze stimuleren in lichte mate de spijsvertering door de afgifte van speeksel, maagzuur en gal te bevorderen, maar agrimonie is geen uitgesproken bitter kruid.
Gebruik bij paarden
Bij paarden vertaalt dit zich naar een vrij specifieke toepassing. Agrimonie wordt vooral ingezet bij milde tot matige diarree, slappe mest of algemene darmirritatie, bijvoorbeeld na een voerwisseling of een periode van stress. Het werkt dan als een stabiliserende factor: het helpt de darmwand weer minder doorlaatbaar te maken en brengt de mestconsistentie terug richting normaal.
Het gebruik van kruiden is een aanvulling op een gezonde levensstijl, geen vervanging van de reguliere gezondheidszorg. Raadpleeg een dierenarts voordat je kruiden gebruikt bij drachtige of zogende merries, paarden die medicijnen krijgen of paarden met bekende aandoeningen. Het is namelijk mogelijk dat een specifiek kruid een bijwerking veroorzaakt of een wisselwerking heeft met met bepaalde geneesmiddelen.
Jouw paard weegt: 500 kg
Geef jouw paard per dag 10 gram kruiden
Met 500 gram kruiden doe je dan: 0 dagen
Algemene richtlijn
We adviseren je jouw paard per dag niet meer dan 75 gram kruiden te geven. Je doseert veilig vanaf een paar gram per kruid per dag. Het verschilt uiteraard per kruid hoeveel schepjes je precies nodig hebt. Maar een paard is heel erg goed in het herkennen van geuren en vindt ook een klein beetje kruiden al erg lekker. Net zoals wij ons eten met kruiden op smaak brengen.
Bij overmatig of langdurig gebruik kan agrimonie de voedingsopname verstoren. Daarom is het minder geschikt voor jonge, groeiende paarden of dieren die al moeite hebben om op gewicht te blijven. Ook bij ernstige diarree of infectieuze darmproblemen is het middel niet krachtig genoeg; in zulke gevallen kan het zelfs ongewenst zijn omdat het symptomen onderdrukt zonder de oorzaak aan te pakken.
| Groep | Bestanddeel | Concentratie (mg/g) |
|---|---|---|
| Essentiële oliën | Thujon | 0.5–2.5 |
| β-Myrceen | 0.1–1.2 | |
| Trans-sabinol | 0.3–1.8 | |
| Sesquiterpenen | Absinthine | 5–20 |
| Anabsinthine | 2–10 | |
| Flavonoïden | Quercetine | 0.2–1.5 |
| Luteoline | 0.1–0.8 | |
| Apigenine | 0.05–0.5 | |
| Polyfenolen | Totaal polyfenolen | 15–50 |
| Fenolzuren | Chlorogeenzuur | 0.5–3 |
| Vanillinezuur | 0.1–0.7 | |
| Overige | Coumarinen | 0.01–0.1 |
| Bitterstoffen (totaal) | 20–100 |




