Bijvoet (poeder)
sterke, aromatische geur
Bijvoet (Artemisia vulgaris) is een plant die wereldwijd voorkomt, vooral in gematigde klimaten. Het staat bekend om zijn robuuste groei en sterke aromatische geur. Bijvoet heeft een lange geschiedenis in de kruidengeneeskunde en werd in verschillende culturen gewaardeerd om zijn geneeskrachtige eigenschappen.
Bijvoet is vernoemd naar de Griekse godin Artemis, die werd geassocieerd met de natuur, jacht en bescherming van vrouwen. Men gebruikte het kruid vaak voor vrouwelijke gezondheidsproblemen, zoals menstruatiekrampen. Romeinse soldaten gebruikten het blad van de plant in hun sandalen tegen pijn in de voeten tijdens lange marsen. Daar dankt het kruid de naam aan. In de middeleeuwen gebruikte men bijvoet in Europa om boze geesten af te weren, en mensen droegen het vaak als talisman tijdens reizen. Bijvoet zat ook vaak in bier voordat hop ervoor in de plaats kwam, vanwege de bittere smaak en conserverende eigenschappen. In de Aziatische keuken, met name in Japan, gebruikt men het om mochi te kruiden. In Korea is het een ingrediënt is in soepen en thee.












Bijvoet (poeder)
Poeder van bijvoet (Artemisia vulgaris) is een robuuste, aromatische plant die in grote delen van Europa en Azië in het wild groeit, vaak langs wegen, akkers en ruige graslanden. De plant behoort tot de composietenfamilie en valt op door zijn geveerde bladeren met een grijzige onderzijde en zijn geurende bloeiwijze. Bijvoet heeft een lange geschiedenis in de volksgeneeskunde, waar het traditioneel is ingezet voor spijsverteringsklachten, menstruatieproblemen en ter bescherming tegen negatieve invloeden. De naam “bijvoet” verwijst mogelijk naar het gebruik van de plant in schoenen om vermoeide voeten te verlichten.
Bestanddelen
Bijvoet bevat een reeks bioactieve stoffen, waaronder bitterstoffen, etherische oliën (met onder andere cineol, borneol en thujon), flavonoïden, coumarines en fenolzuren. De etherische olie verleent de plant zijn karakteristieke geur en speelt een rol in de antimicrobiële en stimulerende werking. Thujon kan in hogere doseringen toxisch zijn, maar komt in de bladeren in beperkte concentraties voor. De combinatie van bitterstoffen en aromatische verbindingen ondersteunt de spijsvertering, prikkelt de eetlust en stimuleert gal- en maagsapsecretie.
Gebruik bij paarden
Bij paarden wordt bijvoet voornamelijk ingezet als spijsverteringsstimulerend kruid, bijvoorbeeld bij verminderde eetlust of traag werkende darmen. De bitterstoffen en etherische olie activeren de spijsverteringssappen en dragen bij aan een efficiëntere opname van voedingsstoffen. In lage doseringen ondersteunt bijvoet ook de leverfunctie en algemene stofwisseling. Bij langdurig gebruik of hoge doseringen is voorzichtigheid geboden vanwege de aanwezigheid van thujon. Daarom past het gebruik van bijvoet vooral in kortdurende kuurvormen of in combinatie met andere, mildere kruiden.
Er is enig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de bestanddelen van bijvoet, vooral naar de essentiële oliën zoals thujon en cineol. Deze stoffen hebben een bewezen antimicrobiële werking en worden onderzocht op hun effecten tegen parasieten en bacteriën. Echter, meer onderzoek is nodig om de specifieke effecten op paarden volledig te begrijpen.
Zámboriné Németh, É., & Thi Nguyen, H. (2020). Thujone, a widely debated volatile compound: What do we know about it? In Phytochemistry Reviews (Vol. 19, Issue 2, pp. 405–423). Springer Science and Business Media LLC. https://doi.org/10.1007/s11101-020-09671-y
Juergens, U. (2014). Anti-inflammatory Properties of the Monoterpene 1.8-cineole: Current Evidence for Co-medication in Inflammatory Airway Diseases. In Drug Research (Vol. 64, Issue 12, pp. 638–646). Georg Thieme Verlag KG. https://doi.org/10.1055/s-0034-1372609
Het gebruik van kruiden is een aanvulling op een gezonde levensstijl, geen vervanging van de reguliere gezondheidszorg. Raadpleeg een dierenarts voordat je kruiden gebruikt bij drachtige of zogende merries, paarden die medicijnen krijgen of paarden met bekende aandoeningen. Het is namelijk mogelijk dat een specifiek kruid een bijwerking veroorzaakt of een wisselwerking heeft met met bepaalde geneesmiddelen.
Jouw paard weegt: 500 kg
Geef jouw paard per dag 10 gram kruiden
Met 500 gram kruiden doe je dan: 0 dagen
Algemene richtlijn
We adviseren je jouw paard per dag niet meer dan 75 gram kruiden te geven. Je doseert veilig vanaf een paar gram per kruid per dag. Het verschilt uiteraard per kruid hoeveel schepjes je precies nodig hebt. Maar een paard is heel erg goed in het herkennen van geuren en vindt ook een klein beetje kruiden al erg lekker. Net zoals wij ons eten met kruiden op smaak brengen.
Een paard zal in de natuurlijke omgeving niet zo snel bijvoet eten. Geef je paard het kruid niet voor langere tijd en zeker niet aan drachtige en zogende merries.
| Groep | Bestanddeel | Concentratie (mg/g) | |
|---|---|---|---|
| Essentiële oliën | β-Thujon | 0.3-2.5 | |
| 1 | 8-Cineool | 0.5-3 | |
| Camfer | 0.2-1.8 | ||
| α-Pineen | 0.1-1.2 | ||
| Sesquiterpenen | Vulgarine | 2-10 | |
| Artemisinine | 0.5-5 | ||
| Flavonoïden | Quercetine | 0.5-4 | |
| Luteoline | 0.3-2 | ||
| Kaempferol | 0.1-1 | ||
| Polyfenolen | Totaal polyfenolen | 20-60 | |
| Fenolzuren | Chlorogeenzuur | 1-6 | |
| Cafeïnezuur | 0.5-3 | ||
| Coumarinen | Scopoletine | 0.1-0.8 | |
| Umbelliferon | 0.05-0.5 | ||
| Overige | Bitterstoffen | 10-40 | |
| Mineralen (K | Ca) | Variabel |




