Rhamnus (schors)
een laxerend kruid
Rhamnusbast is de gedroogde schors van de vuilboom (Frangula alnus), een struik uit de wegedoornfamilie. De schors gebruikt men medicinaal vanwege zijn laxerende eigenschappen en bevat specifieke antrachinonen zoals franguline A en B. De bast moet minimaal 1 jaar drogen voor gebruik, om irriterende stoffen af te breken.
In de volksgeneeskunde werd het ook gebruikt tegen worminfecties. In de middeleeuwen werd het sap van vuilboomschors als kleurstof gebruikt (voor groen).












Rhamnus (schors)
Schors van de Rhamnus is de gedroogde schors van de vuilboom (Frangula alnus), een struik uit de wegedoornfamilie. De schors gebruikt men medicinaal vanwege zijn laxerende eigenschappen en bevat specifieke antrachinonen zoals franguline A en B. De bast moet minimaal 1 jaar drogen voor gebruik, om irriterende stoffen af te breken.
Bestanddelen
Rhamnusbast bevat verschillende bijzondere bestanddelen, zoals de antrachinonen franguline A en B (3-5 mg per gram). Daarnaast vind je er kaneelzuur (0.5-1 mg per gram). Franguline stimuleert de peristaltiek van de dikke darm. Het heeft een laxerende werking door prikkeling van het darmslijmvlies. Ook kaneelzuur stimuleert de spijsvertering, maar in mindere mate dan franguline.
Gebruik bij paarden
Rhamnusbast stimuleert de darmperistaltiek en wordt (met mate) gebruikt bij tijdelijke verstopping. Alleen geschikt bij volwassen paarden en na overleg met een deskundige. In kleine hoeveelheden kan je het gebruiken om de stoelgang te activeren bij paarden met een vertraagde darmwerking. Bijvoorbeeld in de overgang van stal naar weidegang. Rhamnusbast maakt soms deel uit van voorjaars- of reinigingskuren, maar altijd in combinatie met andere kruiden en nooit langdurig. Let op: langdurig gebruik kan leiden tot waterverlies, darmluiheid of irritatie. Niet gebruiken bij veulens, drachtige merries of paarden met maag-darmproblemen.
| Groep | Bestanddeel | Concentratie (mg/g) |
|---|---|---|
| Antrachinonen | Franguline A | 3.5 |
| Franguline B | 2.8 | |
| Tanninen | Catechine-type tanninen | 1.2 |
| Fenolzuren | Kaneelzuur | 0.6 |
| Flavonoïden | Quercetine | 0.4 |
| Organische zuren | Appelzuur | 1.0 |
| Mineralen | Kalium | 12.0 |
| Calcium | 8.0 | |
| Magnesium | 3.0 |
Jouw paard weegt: 500 kg
Geef jouw paard per dag 7 gram kruiden
Met 500 gram kruiden doe je dan: 0 dagen
Algemene richtlijn
We adviseren je jouw paard per dag niet meer dan 75 gram kruiden te geven. Je doseert veilig vanaf een paar gram per kruid per dag. Het verschilt uiteraard per kruid hoeveel schepjes je precies nodig hebt. Maar een paard is heel erg goed in het herkennen van geuren en vindt ook een klein beetje kruiden al erg lekker. Net zoals wij ons eten met kruiden op smaak brengen.
Nooit langdurig gebruiken. Chronisch gebruik kan leiden tot darmluiheid (de darmen worden afhankelijk van de prikkel), waterverlies en elektrolytenverstoring en irritatie van het darmslijmvlies.
Niet geven aan veulens of jonge paarden, drachtige of lacterende merries, paarden met koliek, diarree of gevoelige darmen
Alleen gedroogde, minstens 1 jaar gerijpte schors gebruiken (verse schors bevat irriterende anthronen → toxisch)



