Heermoes
ondersteunt de structuur en kracht van bindweefsel
Heermoes (Equisetum arvense) is een oeroud plantengeslacht dat al miljoenen jaren voorkomt. Het is een populaire plant in de kruidengeneeskunde vanwege zijn hoge gehalte aan mineralen en bijzondere eigenschappen. Heermoes is een vaste plant die voornamelijk voorkomt in vochtige gebieden in Europa, Azië, Noord-Amerika en Noord-Afrika.
Een andere naam voor de plant is paardenstaart, en verwijst naar de staartachtige vorm van de plant. Heermoes behoort tot een van de oudste plantensoorten op aarde en bestond al in het Carboon-tijdperk, meer dan 300 miljoen jaar geleden! In de middeleeuwen werd heermoes gebruikt om tinnen potten te schuren, dankzij de ruwe textuur en het hoge siliciumgehalte.












Heermoes
Heermoes (Equisetum arvense) is een oeroud vaatplantje met holle stengels en hoog kiezelgehalte. Traditioneel gebruiken mensen het bij huid- en bindweefselcomfort en als milde “plasvriend”. In bermen en weilanden lijkt het op moeraspaardenstaart (Equisetum palustre); die soort geldt als toxisch voor grazers. Bij twijfel over determinatie laat je wildpluk achterwege.
Bestanddelen
Heermoes levert veel kiezel (silica) en oplosbaar kiezelzuur (orthokiezelzuur), verder flavonoïden (quercetine– en kaempferolderivaten, isoquercitrine), fenolzuren (caffeïne– en ferulinezuur), saponinen (equisetonine), kleine hoeveelheden alkaloïden, sterolen en mineralen zoals kalium en mangaan. Thiaminase komt van nature voor; dit enzym breekt vitamine B1 af. De mix geeft een samentrekkende, licht diuretische en antioxidatieve signatuur.
Gebruik bij paarden
In de praktijk past heermoes als voorzichtige steun voor huid, vacht en hoefkwaliteit en als zacht “plascomfort”-kruid, met het duidelijke voorbehoud dat wetenschappelijk onderzoek schaars is. Meng een kleine hoeveelheid door slobber. Start laag en evalueer mest, eetlust, gedrag en drink-/plaspatroon. Langdurig of hoge doseringen verhogen het risico op een B1-tekort door thiaminase; kies daarom voor korte kuren met pauzes en overweeg B1-aanvulling bij langer gebruik in overleg met je dierenarts. Vermijd inzet bij dracht, veulens, nierproblemen, elektrolytverstoringen en gelijktijdig gebruik van diuretica of anticoagulantia. Let op ruwvoer: contaminatie met E. palustre geeft reëel risico; controle van hooi en weiland blijft essentieel.
Jouw paard weegt: 500 kg
Geef jouw paard per dag 15 gram kruiden
Met 500 gram kruiden doe je dan: 0 dagen
Algemene richtlijn
We adviseren je jouw paard per dag niet meer dan 75 gram kruiden te geven. Je doseert veilig vanaf een paar gram per kruid per dag. Het verschilt uiteraard per kruid hoeveel schepjes je precies nodig hebt. Maar een paard is heel erg goed in het herkennen van geuren en vindt ook een klein beetje kruiden al erg lekker. Net zoals wij ons eten met kruiden op smaak brengen.
Let op: andere soorten paardenstaart, zoals moeraspaardenstaart (Equisetum palustre), zijn giftig en moeten worden vermeden. Het kruid kan de baarmoeder stimuleren, waardoor het niet geschikt is voor gebruik tijdens de dracht. Bij hoge doseringen kan het spijsverteringsproblemen veroorzaken.
| Groep | Bestanddeel | Concentratie (mg/g) |
|---|---|---|
| Siliciumverbindingen | Opgelost siliciumzuur | 20-80 |
| Siliciumverbindingen | Siliciumdioxide | 50-150 |
| Flavonoïden | Equisetrine | 5-20 |
| Flavonoïden | Kaempferol | 1-8 |
| Flavonoïden | Quercetine | 0.5-5 |
| Alkaloiden | Nicotine | <0.01 |
| Alkaloiden | Palustrine | 0.1-1 |
| Fenolzuren | Cafeïnezuur | 1-6 |
| Fenolzuren | Vanillinezuur | 0.5-3 |
| Overige | Kaliumzouten | 30-100 |
| Overige | Manganese | 0.1-0.5 |
| Overige | Saponinen (equisetonine) | 1-5 |




